Bizarre campagnetijd, maar niks is veranderd

Dat was het dan. De Braziliaanse verkiezingen zitten erop. Na een bizarre campagnetijd, met een neergestorte presidentskandidaat en opkomende Obama-narratieven, eindigden de verkiezingen toch met een klassieke rechts vs. links strijd.

Het ging tussen de Arbeiderspartij (PT) met zittende president Dilma Rousseff en de Sociaaldemocratische Partij (PSDB) met oud-senator Aécio Neves. Een strijd die deze partijen al 20 jaar voeren. Een strijd die aantoont dat Brazilië wel roept om verandering, maar er nog niet aan toe is. Dilma mag blijven zitten, met 51% van de stemmen.

De kandidaat die mij en vele anderen greep, Maria Marina Silva van de Socialistische Partij PSB, is diep gegaan. Bij de eerste stemronde op 5 oktober behaalde zij maar 21 procent, terwijl Aécio Neves 34 procent behaalde en Dilma 41 procent. Dat was vreemd, omdat in de peilingen voorafgaand aan de verkiezingen het een nek-aan-nekrace leek te worden tussen Dilma en Marina. Klopten de peilingen niet, of vonden de Brazilianen het uiteindelijk toch een te groot risico om op voormalig milieuactiviste te stemmen? Lastig om te zeggen.

In 2010 deed Marina ook een gooi naar het presidentschap, met veel minder exposure. Toen haalde ze toch al twintig procent van de stemmen binnen. Ze besloot toen niemand te steunen in de tweede ronde, iets wat ze nu anders aanpakte: ze steunde openlijk kandidaat Aécio Neves naar de tweede ronde die op 26 oktober werd gehouden. Samen dachten zij een meerderheid te behalen, maar Dilma won uiteindelijk met iets meer dan 51 procent.

Die endorsement voor Neves kan zomaar de laatste zet voor Marina betekenen. Veel mensen vragen zich af waarom Socialist Marina de Sociaaldemocraat Neves heeft gesteund, omdat haar beleid meer in lijn ligt met dat van Rousseff. Die steun zou afdoen aan haar politieke geloofwaardigheid.

Slechte move van Marina, tough luck voor Aécio en een overwinningsroes van korte duur voor Dilma. En het Braziliaanse volk? Daar gaan we vast nog van horen.