Asfaltverf voor de Frankrijk-Afrika-top

Over ruim twee maanden ontvangt Mali de Afrique France-top. Daar zullen zo’n 40 staatshoofden en 3.000 gedelegeerden met elkaar spreken over partnerschap, vrede en vooruitgang. In hoofdstad Bamako wordt koortsachtig gebouwd om hen te kunnen ontvangen. En er wordt nog meer gesloopt. In ‘Operatie Schone Stad’ wordt de informele economie uit de straten geveegd. Voorstanders zien dit als broodnodig herstel van de leefbaarheid in de snelst groeiende stad van Afrika. Maar veel van de twee tot drie miljoen inwoners verloren de afgelopen maanden hun baan, of erger.

‘Mali ontvangt Frankrijk en Afrika’. Achter de slogan van deze top gaat een mijlpaal schuil voor het West-Afrikaanse land, dat geplaagd wordt door armoede, honger en een laag niveau van ontwikkeling. En dat de afgelopen jaren bovendien te maken kreeg met een opstand van Toeareg en jihadisten in het uitgestrekte noorden van het land, een staatsgreep, een ebola-uitbraak en grote militaire missies van Frankrijk en van de Verenigde Naties. De problemen in het noorden, zoals de wirwar van strijdende partijen vaak eufemistisch genoemd wordt in Bamako, zijn nog verre van voorbij. Het feit dat de jaarlijkse top van Frankrijk en de Afrikaanse landen desalniettemin neerstrijkt in Bamako is voor Mali een belangrijker gegeven dan wat er op de agenda zal staan. Daar zal Frankrijk zich wellicht meer zorgen over maken.

De Franse president Hollande werd in begin 2013 nog toegejuicht als bevrijder in Timboektoe, toen ook de beroemde noordelijke woestijnstad met behulp van Franse troepen was heroverd op de opstandelingen. Inmiddels overheerst bij veel Malinezen chagrijn over de stroperigheid van het vredesproces dat nog altijd gaande is. Bovendien moet Hollande nu handen schudden met mensen als president Mugabe van Zimbabwe en Bashir van Soedan, zich verantwoorden voor Franse interventies in Libië, de Sahel en Centraal-Afrika en lastige vragen beantwoorden over de strijd tegen terreur.

Voor een politieke top van dit niveau gaat er in een ontwikkelingsland veel op de schop. Het handjevol toeristen dat deze zomer het negatieve reisadvies negeerde, zou veel straten nu niet meer herkennen. Met bulldozers zijn straat na straat de kapperszaakjes, kleine winkeltjes en restaurantjes van de trottoirs geveegd. De wegen zijn weer ruim, maar het voorheen kleurrijke straatbeeld wordt nu gedomineerd door de grijze overblijfselen van duizenden gesloopte muurtjes.

Ik sprak tientallen Malinezen die deze operatie van harte steunen. Het verkeer stroomt eindelijk weer door en er gebeuren veel minder ongelukken vanwege winkeltjes die half op de rijbaan staan. Riolen en afwateringskanalen worden uitgemest zodat de hygiëne verbetert in een overbevolkte stad. En ze hopen dat al die tienduizenden kleine krabbelaars weer teruggaan naar het platteland. Tegenstanders missen een plan om al die mensen voor onmiddellijke werkloosheid te behoeden en verwachten dat ze eerder naar Europa zullen trekken dan terug naar hun dorp. Daarover kan Hollande dan overleggen op de topontmoetingen met zijn Europese collega’s.

Het spaarzaam aanwezige asfalt, dat voor een deel werd aangelegd ter ere van de Afrikacup in 2002, krijgt overal een nieuwe laag. Op sommige plekken gaat dat met zo’n vaart dat de inwoners van Bamako onderling grappen maken over een nieuw product: asfaltverf. Op de snelweg waarover alle gasten straks van het vliegveld naar het conferentiecentrum aan de Niger rijden, trainde ik de afgelopen twee jaar mee met de Malinese wielerprofs. Oumar Diallo was op weg naar die training en had het rijk alleen op het vers gelegde asfalt richting stad. Hij stond er niet bij stil dat een afgesloten route aan de ene kant, zorgt voor tweerichtingsverkeer aan de andere kant. Terwijl hij keek of er van rechts iets aankwam, reed een vrachtwagen van oliebedrijf Ben&Co, nota bene sponsor van het Malinese wielrennen, op volle vaart tegen zijn achterhoofd aan. Hij laat een vrouw en vier kinderen achter.

Vooruitgang in een land als Mali gaat met horten en stoten. Zo’n politieke top organiseren zou in Nederland al veel stress geven, in West-Afrika gaat het gepaard met chaos en het nodige menselijk leed. Terwijl ik er woonde, maakte ik regelmatig mee dat mensen geruïneerd werden of zelfs stierven om de meest futiele redenen. Deze fact of life maakt dat een paar ongelukken en een stevige deuk in de informele economie de verantwoordelijke Malinese politici niet aan het wankelen zullen brengen. Het feit dat Frankrijk ze het vertrouwen geeft om ondanks een sluimerende oorlog en terrorisme de top in Bamako te houden, telt voor hen veel zwaarder. We kunnen alleen maar hopen dat ze het feestje in januari niet als finish beschouwen, maar als start van nieuwe inspanningen voor vrede en vooruitgang voor alle Malinezen.

Maarten van Heems, woonde en werkte de afgelopen twee jaar in Bamako, Mali en schreef over die periode het boek ‘Hallo mijn slaaf, alles goed? Berichten uit Mali, een opgewekt land in crisis’.

Foto: Maarten van Heems.

Maarten van Heems
Maarten van Heems is partner bij BKB en fervent wielrenner. Hij werkte aan campagnes voor onder meer KNVB, Alliander, ministerie van SZW, Movember en Tibet. Maarten doet de Europese PR voor Junkie XL en geeft campagne- en communicatietrainingen in Oost-Europa, het Midden-Oosten en Zuid-Afrika. Hij studeerde eerder Geschiedenis in Amsterdam en Russisch in Odessa.