Amerikaanse toestanden

Een ding blijft me verbazen als we het in Nederland hebben over ‘Amerikaanse toestanden’. Vaak bedoelen mensen daar mee dat politiek steeds inhoudslozer wordt, het alleen maar over strategie gaat, over wie de beste oneliner scoort en over de allesomvattende dominantie van de polls.

Natuurlijk spelen bovenstaande dingen een belangrijke rol. Net als in Nederland wordt je in de VS gek van alle polls. En dan te bedenken dat het in de VS gaat tussen maar twee partijen, de Republikeinen en de Democraten. Iedere verschuiving van 1% wordt uitgemeten en geanalyseerd. Natuurlijk gaat het ook over de beste soundbytes. Huffington Post bracht meteen na de speech van Michelle Obama de ‘10 best quotes from the speech’. Maar toch, als ik kijk naar Amerikaanse toestanden, zie ik ook heel andere dingen.

Afgelopen dagen liep ik rond in Charlotte, North Carolina op de Democratische Conventie. Na de voorverkiezingen in Iowa en New Hampshire is een conventie bezoeken een van de leukste dingen die er is. Stel je voor: een stad zo groot als Amsterdam, en alles en iedereen in de stad is bezig met politiek en de toekomst van het land. En dat doen ze niet op een quoteje-hier-en-polletje-daar-achtige manier.

De Huffington Post organiseerde gisteren bijvoorbeeld een toppanel ‘What will work’ over banengroei.  Aanwezig zijn niet alleen mensen uit verschillende bedrijven in de technische wereld, maar ook zanger Will.I.Am, die zich met zijn stichting inzet voor meer banen voor jongeren. De Rockefeller foundation maakte in het panel bekend dat ze 1 miljoen dollar geven aan het beste initiatief om jongeren aan het werk te helpen.

Tal van andere media, zoals Politico en The National Journal hebben dagelijks briefings en discussies over onderwerpen variërend van gezondheidszorg tot werkgelegenheid, van vrouwenrechten tot het milieu. Allemaal substantiële debatten over de toekomst van Amerika. Een bedrijf als Google heeft in Charlotte een heel dorp in de stad gebouwd. Nieuwe producten worden getoond en er is tijd voor hangouts over diverse onderwerpen.

Ook de politici laten zich niet alleen verleiden tot korte quotes en speeches. En raad eens: het publiek smult ervan. De speech van Michelle Obama (ze sprak ongeveer 20 minuten) werd door 26,2 miljoen mensen in de VS bekeken. Romney trok een week eerder 22 miljoen kijkers en de verwachting is dat Obama vanavond nog betere cijfers haalt. In 2008 was de speech van Obama op de conventie in Denver goed voor zo’n 50 miljoen kijkers (een zesde van de bevolking), en dat voor een uur durende speech vol met zware politieke onderwerpen. Gisteren sprak Bill Clinton in, wat door sommigen als een van de beste speeches uit zijn carrière werd gezien, 49 minuten lang, live op primetime-televisie. Met een speech die in het geheel niet makkelijk was. Natuurlijk, er zaten mooie quotes in die we nog vaak zullen terugzien, maar een groot deel van de 49 minuten ging over de record van Obama, en de in Clintons ogen falende aanpak van de Republikeinen.

Het is een verademing om te zien als je uit de Nederlandse verkiezingsstrijd komt. Grote speeches live op tv, waarin mensen uitvoerig hun visie op de ontwikkeling van het land moeten schetsen. Kom daar maar eens om bij Rutte en Roemer. Beiden waren net als twee jaar geleden uitgenodigd om een speech te geven op live tv, georganiseerd door BKB & BNN. Ze kregen ruim de tijd om hun visie te geven op de ontwikkeling van het land, en om in debat te gaan met de mensen in de zaal. Rutte was er wel, maar Roemer en Wilders weigerden. Op Lowlands dit jaar kwamen ze alledrie niet opdagen. Politici die niet durven een verhaal te vertellen aan de kiezer op primetime-tv, deze kans zou een Amerikaan niet laten liggen.

Kijk naar de debatten in Amerika. Natuurlijk, er worden afspraken gemaakt, soms te veel, over spreektijd, onderwerpen, setting, etc. Maar de debatten in de VS – ze beginnen straks weer, in oktober (kom vooral langs tijdens de BKB debate watching party in de Melkweg, check www.melkweg.nl voor voorverkoop) – duren anderhalf à twee uur, met twee mensen. Er zijn geen belletjes, geen vakantiefoto’s, geen grappig bedoelde introductiefilmpjes over de kandidaten zoals bij het NOS-debat laatst. Het is een echt debat. En ook die debatten worden niet alleen bekeken door de happy few – in 2008 waren de kijkcijfers enorm.

Deze week in Charlotte leert me weer hoe relevant en interessant politiek kan zijn. Bijgespijkerd worden op alle nieuwe ontwikkelingen op campagnegebied, heerlijk. Maar belangrijker nog: kunnen aanschuiven bij toppanels met Nobelprijswinnaars, oud-politici, nieuwe sterren aan het front, wetenschappers en mensen uit het bedrijfsleven. Charlotte is even het centrum van de politieke wereld, zoals dat vorige week Tampa was. Oud-PvdA-partijvoorzitter Michiel van Hulten noemde het ooit het wereldkampioenschap politiek. Een goede benaming voor het grote spektakel wat hier plaatsvindt.

Amerikaanse toestanden. Wat verlang ik er soms naar in Nederland. Niet naar de fixatie op de polls, de eindeloze stroom negatieve advertenties en de kortademigheid die er ook in de VS is. Maar wel op speeches van de lijsttrekkers, live op tv, zodat de kiezer kan zien wat iemand echt wil, en dat men zich niet meer kan verschuilen achter de kans op overkill om zo gebrek aan programma te verdoezelen.

Ik verlang naar goede debatten, tussen minder mensen, over een of maximaal twee onderwerpen, zonder belletjes en grappig bedoelde intermezzo’s. Ik verlang naar het Nederlands Kampioenschap politiek, een weekend vol partijconferenties waar ook bedrijven, maatschappelijke organisaties en de media aanwezig is. Niet alleen omdat het zo inspirerend en boeiend is, maar vooral om de kiezer uiteindelijk een kans te geven om een goed gemotiveerde stem uit te brengen. Amerikaanse toestanden? Bring ‘em on!