Altijd verbonden met je smartphone?

Een paar maanden geleden reisde ik door Zuid-Amerika. Soms gingen er dagen voorbij zonder wifi. Aangezien Neelie Kroes daar de roaming-oorlog nog niet heeft gewonnen, had ik geen enkele verbinding met de buitenwereld. Eenmaal weer verbonden, zag ik twee e-mails en vijf notificaties van Facebook. Ze hadden mij gemist, zeiden ze, terwijl er zoveel was gebeurd in de afgelopen dagen. Zelfs die ene vriend van vroeger had nog een foto geplaatst!

Het is herkenbaar voor veel smartphonegebruikers: de complete overload aan notificaties. Sinds het mogelijk is geworden om vanuit een app een push-notificatie te versturen naar de gebruikers, is het een ideaal campagnemiddel geworden. Je kunt de doelgroep bereiken op elk moment van de dag en je kunt er als gebruiker nauwelijks aan ontkomen. Push, zo op je scherm. Misschien trilt je iPhone ook nog even in je zak. Alsof iemand je op de schouder tikt en met een megafoon in je oor roeptoetert: “Hé, jij daar, luister eens, dit moet je écht even zien.” En voor je het weet zit je weer een kwartier door je Instagram-timeline te scrollen, want eenmaal binnen de app, worden er weer andere trucs uitgehaald om je zolang mogelijk hooked te houden.

Voor campaigners is die notificatie misschien de heilige graal, maar voor de gebruiker is het zeker geen geweldig nieuws. Tony Fadell, een van de grondleggers van de iPhone, gaf laatst ook zijn twijfels toe: “I wake up in cold sweats every so often thinking, what did we bring to the world?” Hij is niet de enige: Tristan Harris, oud-medewerker van Google op het gebied van ethisch design, lanceerde in 2016 het initiatief Time well spent. Hiermee deed hij een oproep aan Silicon Valley: zet de gebruiker weer centraal in design, zodat het betekenisvollere interactie ondersteunt. Of in andere woorden: breng menselijkheid terug in technologie. Zijn artikelen en lezingen krijgen veel aandacht, maar een echte kentering is er bij grote bedrijven als Apple, Amazon of Facebook nog niet te zien.

Maar dat wil niet zeggen dat er niks gebeurt op dit vlak. Integendeel: er is hoop. Zo is er de app Forest, waarmee je een virtueel bos op je smartphone laat groeien. Het idee is simpel: als het je lukt om 25 minuten je telefoon niet aan te raken, komt er een boom bij. En dan nog het mooiste van alles: de munten die je verdient binnen de app kun je weer gebruiken om échte bomen te planten in India of Zambia via Trees for the Future. De teller staat nu al op meer dan 150.000 bomen.

Er ontstaan ook nieuwe gadgets om de gebruiker te verlichten. Neem de Light Phone, een flinterdun apparaat om ervoor te zorgen dat je juist je smartphone thuis laat. De tagline spreekt boekdelen: designed to be used as little as possible. Deze dumb phone koppelt je oorspronkelijke nummer, kan alleen bellen of gebeld worden en slaat maximaal negen nummers op. Bovenop een berg niet meer gestoord worden door onnodige notificaties van Instagram, maar wel gewoon bereikbaar in noodgevallen. Enjoy peace of mind.

En er komt ook nog hulp uit een opvallende hoek: Twitter. Waar Instagram, LinkedIn en Facebook proberen zo veel mogelijk notificaties te sturen, is het juist Twitter die de gebruiker weer controle teruggeeft. Onder de noemer Twitter Safety werd een maand geleden bekendgemaakt dat je bepaalde notificaties kunt negeren, bijvoorbeeld interacties met een account wat je niet volgt of een account met een standaard profielfoto, oftewel egg accounts. Een slimme zet om spam tegen te gaan, maar in het grotere geheel ook een signaal vanuit Twitter: wij denken mee.

twitter-notificaties

Foto: Pixabay.