381 voorkeursstemmen waren niet genoeg om mijn oma in de raad te krijgen

Foto: De Rooie Vrouwen in de krant / Noor van der Veen

Het gemiddelde percentage vrouwen in de gemeenteraad ligt nu rond de 34 procent en dat is heel wat meer dan vier jaar geleden (28 procent). Het is tijd voor meer vrouwelijke rolmodellen.

Het aantal vrouwen in de gemeenteraden is na de verkiezingen van twee weken geleden fors gestegen. Dat hebben we voor een groot deel te danken aan voorkeursstemmen en de succesvolle campagne Stem op een Vrouw. Niet iedereen hing de vlaggen buiten, want we kiezen onze volksvertegenwoordigers toch op basis van hun kwaliteiten, en niet vanwege hun geslacht? Dat voorkeursstemmen op vrouwen toch belangrijk zijn, laat het verhaal van mijn oma zien. We gaan terug in de tijd voor het broodnodige perspectief.

Toen mijn oma met mijn opa trouwde, werd ze ontslagen. Zo ging dat in 1956 met onderwijzeressen: de wet schreef voor dat het tijd was voor moederschap en een leven als huisvrouw. Maar na wat mijn oma zelf ‘het grootste onrecht uit haar leven’ noemt, werd ze wel moeder, maar geen huisvrouw.

Ze sloot zich aan de bij de Partij van de Arbeid, roerde zich in de lokale politiek en was ‘aktief’ bij de Rooie Vrouwen. Ze organiseerde debatavonden over het basisinkomen, maakte zich hard voor onderwijsbegeleiding, gaf les aan immigranten en praatte – zo typeerde een journalist haar later – áltijd over emancipatie.

Dat was hard nodig, want toen ze in 1978 voor het eerst in de gemeenteraad van Ede kwam, verwelkomde een mannelijk SGP-raadslid (excuses voor het pleonasme) haar met een warmhartig ‘U hoort hier niet’. Ze haalde haar schouders erover op en ging door.

Dat werd lastiger toen ze in aanloop naar de verkiezingen van 1986 door het partijbestuur op een relatief lage plaats op de lijst werd gezet. Waarom bleef onduidelijk, maar een fractiegenoot zei later dat ze in debatten soms ‘te lief’ was. Ze luisterde naar andermans standpunten en moest dat bekopen met haar verkiesbare plaats, die naar een man ging.

Voorkeursstemmen kunnen in de lokale democratie al vrij snel het verschil maken. Dat wist mijn opa. Om haar een hart onder de riem te steken, voerde hij zijn eigen Stem op een Vrouw-campagne. Hij verspreidde honderden folders en plaatste advertenties in de lokale kranten met de pakkende slogan ‘Doe eens gek: stem op een vrouw op een lage plek!’

‘Doe eens gek: stem op een vrouw op een lage plek!’

Het resultaat: 381 voorkeursstemmen voor mijn oma, méér dan elke andere kandidaat achter de lijsttrekker. De welkome bijvangst: twee vrouwen van het CDA en de VVD haalden voldoende voorkeursstemmen en kwamen daardoor onverwachts in de raad. Een prachtig mandaat van de kiezer zou je zeggen, maar voor mijn oma mocht het niet baten, want zij had de voorkeursdrempel net niet gehaald.

De man wiens zetel na de verkiezingsuitslag kortstondig in gevaar kwam omdat hij de minste voorkeursstemmen kreeg (168) ging flink tekeer tegen mijn grootouders, het partijbestuur hield voet bij stuk, en alles bleef zoals het was. En hoewel een andere lokale partij mijn oma alsnog een zetel in de raad aanbood, bleef zij trouw aan haar fractie. Ze kwam er niet in dat jaar.

Lees ook: ‘Een politieke campagne is een succes als het de politieke partijen overstijgt’

Onderzoeksinstituut Atria onderzocht in 2016 (pdf) waarom het aantal vrouwen in de lokale politiek achterblijft, al kun je dat waarschijnlijk wel raden na het verhaal van mijn oma. Hoe verassend: de politieke cultuur en het welbekende ‘haantjesgedrag’ spelen daarin een rol. Vrouwen stellen zich, zo bleek, vaker bescheiden op en zijn minder geneigd zichzelf naar voren te schuiven. Daarom moeten kundige vrouwen gevraagd worden voor het werk als raadslid, terwijl bekwame (en onbekwame) mannen zichzelf melden.

En wat helpt daartegen, volgens het onderzoek? Rolmodellen. Vrouwen moeten elkaar laten zien dat deelname aan de (lokale) politiek voor hen haalbaar, vanzelfsprekend en van ongekend belang is. Hoe doe je dat? Door ze – zonder het netjes te vragen – in de raad te krijgen, desnoods met voorkeursstemmen.

Omdat zij me leerde dat je je als vrouw nooit uit het veld moet laten slaan, is ze mijn rolmodel.

Mijn oma kwam in 1986 met 381 voorkeursstemmen niet in de gemeenteraad. Maar vanwege haar vastberadenheid en door haar schouders op te halen als het even tegenzat, nam ze een paar jaar later alsnog haar welverdiende zetel in. Omdat zij me leerde dat je je als vrouw nooit uit het veld moet laten slaan, is ze mijn rolmodel. En ik hoop ook het jouwe, zodat we over vier jaar geen voorkeursstemmen meer nodig hebben voor een evenwichtig verdeelde raad.